Alle macht aan de lay-out
Met de huidige programma’s kunnen vormgevers veel sneller dan vroeger veranderingen doorvoeren in grids, foto’s en fonts. Welke technieken hanteren lay-outers vandaag om alweer een sprankelend nummer aan de lezer te bezorgen?
1. Eindredacteur en vormgever: aan elkaar gekluisterd
Op veel redacties is het een opvallende verandering: de vormgever zit bij de redactievergadering al mee aan tafel en stelt zelf tekststructuren en beeldmogelijkheden voor. Ook tijdens het creatieproces wordt nauwer dan vroeger samengewerkt tussen eindredactie en vormgeving.
Dat leidt tot sterkere spreads, met de introductie van een heel arsenaal tekstgenres die ook visueel aantrekkelijk zijn: kleine kaderstukjes, artikels gebaseerd op contrast type Pro en contra of Voor en na, verhalen die als logboek zijn opgebouwd zoals Een week bellen met, lijstartikels type 67 manieren om ons nieuwe product te ontdekken, enz.
2. Verkenning van de derde dimensie
Op het platte vlak van de pagina speelt de vormgever met twee dimensies: hoogte en breedte. Maar meer dan vroeger wordt ook de derde dimensie verkend door diepte in de pagina te suggereren.
Daarvoor kan een reeks technieken worden ingezet: titels van de pagina losweken met subtiele schaduw, diepte via kleurvlakken creëren, af en toe beelden gedetoureerd plaatsen en boven een titel of kleurvlak schuiven, enz. Dankzij die technieken kunnen pagina's sterk aan reliëf winnen (mits ze met vakmanschap zijn toegepast!).
3. Gas terug met instappers
De uitbreiding van de lay-outmogelijkheden leidde enkele jaren geleden in sommige magazines tot een verregaande versnippering van teksten. Je kreeg als lezer op elke bladzijde zo'n visueel bombardement van titeltjes en kadertjes geserveerd dat je geen enkele tekst meer uitlas.
De jongste tijd komt er opnieuw een gezond evenwicht tussen tekst en beeld. Het aantal titeltjes en andere instappers wordt beter gedoseerd, zodat de lezer in het artikel getrokken wordt maar ook de kans krijgt om het rustig uit te lezen.
4. Virtuele kolommen
De meeste magazines werken met drie of twee kolommen per pagina. Tenminste, dat denk je als lezer. Vormgevers creëren alsmaar vaker bladstramienen of grids op basis van een virtuele kolommenstructuur. Zonder dat de lezer het ziet, bevat het onderliggende bladstramien dan zes, zeven, acht tot zelfs twaalf virtuele kolommen. Die worden op de pagina bijvoorbeeld als drie kolommen gerealiseerd, maar kunnen in een andere magazinesectie ook als vier of twee kolommen worden gebracht, binnen hetzelfde bladstramien.
Bovendien kan met zo'n virtueel stramien ook worden gespeeld met een zogenaamde vluchtkolom, een kolom wit waarin streamers of bijschriften worden gezet. De techniek levert een veel dynamischer visuele basisstructuur op, waarin binnen de kolommenstructuur zelf al naar de gewenste uitstraling van het magazine kan worden toegewerkt: een even aantal kolommen werkt rustig of statig, terwijl een oneven aantal kolommen meer mogelijkheden biedt voor een jong en springerig blad.
5. De zender toont opnieuw zijn gezicht
Enkele jaren geleden was je blad ineens hopeloos verouderd als het de hoofdredacteur voorin opvoerde in een al te klassieke Vooraf.
Vandaag herontdekken magazines de zuigkracht van een gepersonaliseerde zender, die in het blad met een persoonlijke stem spreekt en zijn gezicht toont. Niet alleen de hoofdredacteur maar ook gewone redacteurs en vormgevers tot zelfs de schoonmaakster toe worden met foto en citaat opgevoerd om hun persoonlijke rubriek Kortjes in te leiden.
Ook bedrijfsmagazines kunnen die bladpersoonlijkheid in beeld en (vooral) in tekst uitbouwen: de meest succesvolle bladen focussen niet alleen scherp op hun doelgroep maar stralen ook zelf persoonlijkheid, ziel en passie uit.
6. Public Journalism vult ijkpersoon aan
In onze contreien was het vooral bladengoeroe Rob van Vuure die in de jaren negentig heel wat bladen rond de zogenaamde ijkpersoon modelleerde. De ijkpersooon is een gedetailleerd uitgewerkt personage dat de centrale lezer concretiseert: hij of zij krijgt zelfs een voornaam, lievelingsauto en favoriete merk sokken, en staat met foto in een zilveren lijstje op het bureau van de hoofdredacteur.
De techniek van de ijkpersoon is nog altijd zinvol maar wordt vandaag vaak aangevuld met inzichten uit onder meer de public journalism. Die gaat ervan uit dat wij als lezers geen eendimensionele persoonlijkheden zijn. Integendeel, wij spelen elke dag tientallen verschillende rollen, van burger over consument tot werknemer, vriendin en minnares. Vanuit die gefragmenteerde persoonlijkheid zijn we op veel verschillende manieren geïnteresseerd in het onderwerp waarrond het blad is gebouwd.
Die nieuwe filosofie zie je in Vlaanderen mooi toegepast in De Morgen, die ons in het eerste katern als politiek bewuste burger en in het tweede katern veeleer als consument aanspreekt. Ook bedrijfsmagazines kunnen hun concepten op die manier verrijken: dat leidt tot een duidelijker afbakening van het centrale onderwerp, maar ook tot een breder blikveld in deelonderwerpen en invalshoeken.
7. Stop het gevecht tussen schreef en schreefloos
Om af te ronden nog een kleine tip over typografie. Die evolueert vandaag erg snel doordat alsmaar meer lettertypes zo worden ontworpen dat ze zowel op papier als op het scherm goed leesbaar te zijn.
De uit de jaren zestig stammende regel dat je altijd een schreefletter moet nemen voor lopende tekst is daardoor al lang verouderd. In de jaren negentig werd al aangetoond dat jongeren even vlot bepaalde schreefloze letters lezen. En de nieuwe typografie gebruikt vaak andere technieken dan de schreef om de horizontale lijn in de tekstregel te versterken en zo de leesbaarheid op te drijven.
Dus: leve het evenwicht tussen schreef en schreefloos!
Meer informatie? Neem contact op met Hans Faelens via mail of telefoon, hans.faelens@jaja.be, tel. 09 267 64 68.





